VB 25006 - Partiële splitsing
- Nummer
25006
- Datum beslissing
10 maart 2025
- Publicatiedatum
26 maart 2025
Heffing
- Verkooprecht
Wettelijke basis
- art. 2.9.1.0.3. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat gelet op de economische zelfstandigheid van de activiteit van de verhuur en beheer van het vastgoed en de over te dragen bestanddelen, de partiële splitsing van de activiteit van vennootschap BV B kwalificeert als een inbreng van een bedrijfstak in de zin van 2.9.1.0.3., derde lid, Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna VCF genoemd).
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen
2. De aanvraag wordt ingediend door BV B en BV C.
2.1. De vennootschap B, een besloten vennootschap, werd op xx.xx.2020 opgericht door:
- BV D met ondernemingsnummer […] vertegenwoordigd door haar bestuurder X;
- BV E met ondernemingsnummer […], RPR […], vertegenwoordigd door haar bestuurder, mevrouw Y.
De vennootschap draagt het ondernemingsnummer […] en heeft haar zetel op […].
De vennootschap heeft overeenkomstig artikel 3 van haar statuten tot voorwerp:
De vennootschap heeft tot voorwerp, zowel in België als in het buitenland, voor eigen rekening of voor rekening van derden of door deelname van dezen:
- Het adviseren en/of uitwerken van het concept en/of ontwerp van bouwwerken van alle aard; Het verlenen van advies over en/of verrichten van stabiliteitsberekeningen;
- Het verlenen van advies over en/of verrichten van infrastructuurwerken van alle aard;
- De aan en verkoop van onroerende goederen;
- Projectontwikkeling en handel in eigen onroerend goed voor eigen rekening;
- Projectontwikkeling voor de nieuwbouw en renovatiewerken van individuele woningen;
- Projectontwikkeling voor de bouw van appartementsgebouwen;
- Projectontwikkeling voor kantoorgebouwen;
- Projectontwikkeling voor de bouw en aanleg van commerciële en industriële centra, hotels, industriezones;
- De handel in eigen onroerend goed: flatgebouwen, woningen, niet voor bewoning bestemde gebouwen, gronden, enz;
- Verhuur van al dan niet gemeubelde appartementen en huizen;
- Verhuur van niet – residentiële gebouwen zoals kantoorgebouwen, magazijnen handelspanden, winkels enz.;
- Verhuur van garages en garageboxen en staanplaatsen voor auto’s;
- Verhuur van grond, terreinen, ook indien gebouwd, voor landbouwdoeleinden;
- Algemene coördinatiewerkzaamheden bouwwerf, het toezien op de bouwwerkzaamheden;
- Algemene bouw van residentiële gebouwen, appartementen, woningen waaronder ook de formule “sleutel op de deur”;
- Algemene bouw van niet residentiële gebouwen, kantoorgebouwen, magazijnen, opslagplaatsen, winkels, gebouwen voor commercieel en industrieel gebruik;
- Het leveren van alle diensten die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden zijn aan de in het doel van de vennootschap opgenomen doelen;
- Groothandel, kleinhandel, invoer en uitvoer van bouwmaterialen en aanverwante producten;
- Het verlenen van administratieve en consultancy diensten.
Deze opsomming is niet beperkend.
Zij heeft in het algemeen de volle rechtsbekwaamheid om alle handelingen en verrichtingen te voltrekken die een rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar voorwerp of die van die aard zouden zijn dat zij de verwezenlijking van dit voorwerp, rechtstreeks of onrechtstreeks, gehele of ten dele vergemakkelijken. Zij kan belangen nemen door associatie, inbreng, fusie, financiële tussenkomst of op gelijk welke andere wijze, in alle vennootschappen, verenigingen of ondernemingen met een identiek, gelijklopend of samenhangend voorwerp met het hare of die van aard kunnen zijn de ontwikkeling van haar onderneming te begunstigen of een bron van omzet te vormen. De vennootschap kan ook de functie van bestuurder of vereffenaar uitoefenen in andere vennootschappen. De vennootschap mag zich eveneens borgstellen of zakelijke zekerheden verlenen ten voordele van vennootschappen of particulieren, in de meest ruime zin. Ingeval de verrichting van bepaalde handelingen zou onderworpen zijn aan voorafgaande voorwaarden inzake toegang tot het beroep, zal de vennootschap haar optreden, wat betreft de verrichting van deze handelingen, ondergeschikt maken aan de vervulling van deze voorwaarden.
De huidige bestuurder van de vennootschap is de heer X.
De huidige aandeelhoudersstructuur van BV B ziet er als volgt uit:
- 42 aandelen in volle eigendom door BV D ([…]);
- 42 aandelen in volle eigendom door BV E ([…]);
- 1 aandeel in volle eigendom door BV F ([…]);
- 15 aandelen in volle eigendom door BV G ([…]).
BV B is opgericht als zijnde […] (commerciële naam […]). […] is een ontwikkelaar en investeerder die zich toelegt op [...] in […] en […]. Door hen te concentreren op deze regio's kennen ze de markt er door en door.
Zij zetten in op uitdagende locaties en projecten. Met reeds meer dan 700 ontwikkelde [...], hebben ze een uitgebreide expertise op het gebied van [...].
BV B is gestart als pure projectontwikkelaar met oog op verkoop van 150 a 200 units per jaar. Dit is het maximum aantal projecten dat ze jaarlijks willen doen, gezien ze anders op kwaliteit moeten inboeten. Nu ze deze limiet bereikt hebben, willen ze zich ook verder focussen op het alternatief model van lange termijn verhuur. Dit zijn 2 aparte business modellen dewelke in 2 aparte vennootschappen aangehouden dienen te worden, zie hierna voor BV C.
Momenteel staat X in voor het aanbrengen van de panden, met ondersteuning van Z. Daarnaast zorgt X voor de opvolging van attesten en financiering. Z zorgt voor de algemene en globale administratie van de […] groep en A tot slot zorgt voor de opvolging van de diverse projecten.
Verder is X zaakvoerder van de vennootschap.
2.2. Wat betreft voor BV C kan het volgende gesteld worden.
" BV C ", besloten vennootschap, opgericht onder de benaming “BV C”, ingevolge akte verleden voor notaris […] te […] op xx.xx.1985.
De vennootschap draagt het ondernemingsnummer […] en heeft haar zetel op […].
Op xx.xx.2021 heeft BV B de vennootschap C overgenomen. Omwille van de structurering van de groep zijn de aandelen van BV C verhangen en verkocht door BV B aan BV E, BV D en BV G.
De vennootschap heeft overeenkomstig artikel 3 van haar statuten tot voorwerp:
De vennootschap heeft tot voorwerp, in België en in het buitenland, uitsluitend voor eigen rekening en in eigen naam:
1) advies inzake financiën, sociale wetgeving, administratie voor derden,...;
2) het aanleggen, het oordeelkundig uitbouwen en beheren van een onroerend vermogen; alle verrichtingen met betrekking tot onroerende goederen en onroerende zakelijke rechten, zoals de aankoop en de verkoop, de bouw, de verbouwing, de binnenhuisinrichting en decoratie, de huur en verhuur, de ruil, de verkaveling en, in het algemeen, alle verrichtingen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op het beheer of op het productief maken van onroerende goederen of onroerende zakelijke rechten;
3) het aanleggen, het oordeelkundig uitbouwen en beheren van een roerend vermogen; alle verrichtingen met betrekking tot roerende goederen en rechten, van welke aard ook, zoals de aankoop en de verkoop, de huur en verhuur, de ruil; in het bijzonder het beheer en de valorisatie van alle verhandelbare waardepapieren, aandelen, obligaties, staatsfondsen;
4) het verwerven en aanhouden van participaties, in eender welke vorm, in alle bestaande of op te richten industriële, commerciële, financiële, landbouw- of immobiliënvennootschappen of ondernemingen; het stimuleren, de planning en coördinatie van de ontwikkeling van de vennootschappen en ondernemingen, waarin ze een participatie aanhoudt; het deelnemen aan hun beheer, bestuur, vereffening en toezicht, alsmede het verlenen van technische, administratieve en financiële bijstand aan deze vennootschappen en ondernemingen.
Zij mag bij wijze van inbreng in speciën of in natura, van fusie, inschrijving, deelneming, financiële tussenkomst of op een andere wijze, een aandeel nemen in alle bestaande of op te richten vennootschappen of bedrijven, in België of in het buitenland, waarvan het voorwerp identiek, gelijkaardig of verwant is met het hare, of van aard is de uitoefening van haar voorwerp te bevorderen. Deze opsomming is niet limitatief en de uitdrukking "vermogensbeheer" of "advies" in deze statuten vermeld, zijn activiteiten andere dan deze bedoeld door de wet van zes april negentienhonderd vijfennegentig inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs. Daartoe kan de vennootschap samenwerken met, deelnemen in, of op gelijk welke wijze, rechtstreeks of onrechtstreeks, belangen nemen in andere ondernemingen. De vennootschap kan zowel tot waarborg van eigen verbintenissen als tot waarborg van verbintenissen van derden borg stellen, onder meer door haar goederen in hypotheek of in pand te geven, inclusief de eigen handelszaak. De vennootschap kan eveneens optreden als bestuurder, volmachtdrager, mandataris of vereffenaar in andere vennootschappen of ondernemingen. De vennootschap kan In het algemeen alle commerciële, industriële, financiële, roerende of onroerende handelingen verrichten in rechtstreeks of onrechtstsreeks verband met haar voorwerp of welke van aard zouden zijn de verwezenlijking ervan geheel of ten dele te vergemakkelijken.
De huidige bestuurder van de vennootschap is BV D vertegenwoordigd door de heer X.
De huidige aandeelhoudersstructuur van BV C ziet er als volgt uit:
- 2205 aandelen in volle eigendom door BV D ([…]);
- 2205 aandelen in volle eigendom door BV E ([…]);
- 840 aandelen in volle eigendom door BV G ([…]).
De vennootschap BV C bestaat met het oog op lange termijn verhuur van vastgoed. Dit in tegenstelling tot het doel van BV B die zich volledig toespitst op aankoop, renovatie en verkoop van projecten. Het betreft dus 2 aparte business modellen die niet in 1 vennootschap kunnen worden ondergebracht.
De panden aangekocht in BV C zijn bijvoorbeeld […] in […] en verschillende panden in de […] te […], enz.
Momenteel zijn ze nog enkele panden aan het verkopen (opkuis van de huidige panden) om te kijken wat binnen de nieuwe strategie van BV C past. Alsook zijn de kredieten soms te duur, waardoor een verkoop noodzakelijk is.
Vandaar is het nu het momentum om in BV C nog panden te verkopen waar kredieten te duur waren en in BV B de panden over te dragen naar BV C dewelke passen binnen het lange termijn verhuur business model zodat beiden modellen duidelijk van elkaar afgesplitst kunnen worden.
3. BV B en BV C zijn de aanvragers. Naast deze vennootschappen bestaat de groep nog uit andere vennootschappen die we kort even zullen toelichten.
BV H
BV H is een besloten vennootschap met ondernemingsnummer
[…] die 100% wordt aangehouden door BV C. De zetel is gevestigd op […].
Gezien BV H hetzelfde doel en visie heeft dan BV C wordt er op termijn bekeken om een fusie te laten plaatsvinden tussen deze vennootschappen. BV H houdt momenteel ook enkel vastgoed aan dewelke de bedoeling is om bij te houden en te verhuren en niet te verkopen als vastgoedproject.
BV I
BV I is een besloten vennootschap met ondernemingsnummer
[…]. De zetel is gevestigd op […].
De aandelen worden aangehouden door voor 42,5% door BV D, 42,5% door BV E en 15% door BV G.
BV I is opgericht om gesplitst te kunnen aankopen van vastgoed met name grond (die in BV B wordt aangehouden) en opstal (die in BV I zit). Dit is gericht op de opzet van nieuwbouwprojecten.
BV J
BV J is een besloten vennootschap met ondernemingsnummer […]. De zetel is gevestigd op […].
De aandelen worden aangehouden door voor 33,33% door BV D, 33,33% door BV E en 33,33% door BV G.
BV J is opgericht om het vastgoed in aan te houden dat puur gericht is op [...] verhuring. Een zelfstandige consultant staat in voor de beheer/verhuur van deze [...] panden.
Deze bovengenoemde vennootschappen vallen buiten de aanvraag, maar worden louter toegelicht om een geheel te schetsen van de volledige groep.
II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
4. Het is de bedoeling dat de vennootschap BV B een deel van zijn vermogen door middel van een partiële splitsing overdraagt aan BV C.
Zoals hierboven uiteengezet kunnen alle activiteiten binnen de groep gelinkt worden aan de vastgoedsector. BV B (of […] groep) focust zich voornamelijk op de commerciële activiteit van aankoop, renovatie en verkoop van vastgoedprojecten. Dit is de voornaamste activiteit en alsook commerciële activiteit van de groep.
Daarnaast wensen ze in BV C vastgoed in portefeuille te houden dewelke niet op de commerciële projectontwikkeling business toegespitst is. Hierin zitten dus panden dewelke op lange termijn verhuurd worden, zowel aan particulieren als handelshuurovereenkomsten.
Het is van belang dat BV C apart fungeert van de overige activiteiten van de groep. Deze vennootschap zal nooit deel uitmaken van een eventuele instap van een externe investeerder of verkoop. Terwijl dit bij de commerciële projectontwikkeling niet uitgesloten kan worden.
Momenteel zijn er in BV B 2 personeelsleden, zoals hierboven toegelicht. Eén daarvan houdt zich voornamelijk bezig houdt met het beheer van deze vastgoedportefeuille in BV C (zoals onder meer contacten met huurders, opvolging van het onderhoud en de herstellingen van het vastgoed, onderhandelingen omtrent huurovereenkomsten, opvolging van de indexatie en de inning van de huurgelden).
Na een recente beoordeling van het huidige vastgoed in portefeuille blijkt dat er panden in BV B zijn aangekocht die niet gericht zijn op projectontwikkeling, maar in portefeuille dienen te blijven. Deze panden zouden dus in praktijk toe te behoren zijn aan BV C, gelet op bovenstaande.
Concreet zal het vastgoed in BV B dewelke niet voor verkoop bestemd is maar voor lange termijn verhuring zal door middel van een inbreng in natura ingebracht worden in BV C.
De overdracht van het vastgoed gaat gepaard alsook met de overdracht van een personeelslid, dewelke de volledige verhuring in BV C beheert en bepaalde contracten op deze panden (inzake lange termijn verhuur). Deze activiteiten zitten momenteel vermengd in BV B en BV C en door de partiële splitsing / inbreng bedrijfstak wensen de aanvragen duidelijkheid te creëren in hun toekomstige structuur van de […] groep.
Na de partiële splitsing is het duidelijk dat BV B enkel en alleen erop gericht is om vastgoed aan te kopen om deze op korte termijn terug te verkopen, als projectontwikkelaar.
BV C daarentegen is erop gericht om het vastgoed op lange termijn bij te houden en op lange termijn te verhuren. Het personeelslid heeft volgende taken: beheer van deze vastgoedportefeuille in verhuur, gaat ook op zoek naar nieuwe panden in deze vennootschap, contacten met huurders, opvolging van het onderhoud en de herstellingen van het vastgoed, onderhandelingen omtrent huurovereenkomsten, opvolging van de indexatie en de inning van de huurgelden en andere administratieve verplichtingen. Het personeelslid zit momenteel in BV B omdat op het moment van aanwerving het nog niet duidelijk was wat de toekomstvisie van de groep was. Nu is duidelijk dat de nood er is om dit personeelslid in BV C over te zetten omdat hij/zij de volledige portefeuille op lange termijn beheert. Hij/zij oefent geen taken uit voor de vennootschap B. Hier is ander personeel momenteel voor aangeworven.
De over te dragen gebouwen van vennootschap B zijn de volgende:
Adres | Boekwaarde 31/10/2024 | Schuld op 31/10/2024 |
[…] | 2.281.271,57 | 1.665.104,00 |
[…] | 1.855.174,78 | 1.860.000,00 |
[…] | 911.287,77 | 699.153,00 |
[…] | 1.044.525,46 | 854.331,00 |
[…] | 1.708.374,66 | 1.230.059,00 |
[…] | 322.817,61 | 223.000,00 |
[…] | 1.503.495,31 | 1.083.651,00 |
[…] | 519.516,11 | 400.000,00 |
[…] | 804.198,96 | 512.000,00 |
[…] | 623.206,56 | 347.462,00 |
[…] | 322.817,61 | 223.000,00 |
[…] | 678.643,09 | 445.000,00 |
[…] | 325.000,00 | 276.250,00 |
TOTAAL | 12.900.329,49
| 9.819.010,00
|
Momenteel zijn er in BV B 2 personeelsleden, een fulltime personeelslid die zich bezig houdt met het beheer van de lange termijn verhuur zoals eerder uiteengezet. Daarnaast is er een jobstudent deeltijds in dienst die zich meer richt op de algemene administratie van BV B.
Verder zal het bovengenoemd personeelslid alsook eventuele lopende contracten deel uitmaken van de bedrijfstak en mee worden ingebracht in BV C, zie hierna:
Lopende contracten | Geschatte waarde |
Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur […] (startdatum 22 juni 2023) | Maandelijks brutoloon EUR 2.078,58 Loonkost (jaarlijks): 27.127,23 |
Huurcontract handelspand: […] (9 jaar) | 540.000 |
Huurcontract handelspand: […] (9 jaar) | 360.000 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 11.700 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 9.300 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 9.300 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 8.880 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 8.880 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer […] | 9.000 |
Huurcontract: […] (1 jaar) - nummer 0201 | 8.880 |
TOTAAL | 993.067,23 |
Dit betekent dat de waarde van de bedrijfstak ongeveer geraamd kan worden op EUR 4.074.386,72
De formaliteiten met betrekking tot de partiële splitsing zullen uiteraard worden nageleefd. Dit betreft onder meer:
- De opmaak van het splitsingsvoorstel met de wettelijk vereiste vermeldingen;
- De bepaling van de datum van de boekhoudkundige verwerking conform het WVV;
- De opmaak van het verslag van het bestuur overeenkomstig artikel 12:77 WVV, zo nodig;
- De opmaak van het revisoraal verslag overeenkomstig artikel 12:78, zo nodig;
- Het houden van de buitengewone algemene vergadering ten vroegste zes weken na de neerlegging van het splitsingsvoorstel;
- Eventuele attesten indien van toepassing.
De partiële splitsing zal retroactief plaatsvinden vanaf 1 januari 2025. De juridische datum van de splitsing zal de datum van de notariële akte betreffen die zo snel als mogelijk zal gerealiseerd worden na neerlegging van het splitsingsvoorstel en niet sneller dan 6 weken na de datum van neerlegging.
Zoals toegelicht zal BV B een deel van zijn onroerende goederen overdragen aan BV C. De verkrijgende vennootschap zal in ruil voor deze inbreng van vastgoed aandelen uitgeven aan de aandeelhouders van de overdragende vennootschap (de aandeelhouders van BV B).
We begrijpen dat de aandelen van “BV B” en van” BV C” in (quasi) dezelfde verhouding worden aangehouden, zodat de toebedeling van de aandelen geen wijzigingen zal aanbrengen in de bestaande aandelenverhoudingen.
III. Motivering van de aanvraag
5. Op het gebied van vennootschapsbelasting kan een belastingneutrale partiële splitsing plaatsvinden als aan volgende voorwaarden is voldaan (conform artikel 211,§1, eerste lid WIB92):
- de verkrijgende vennootschap is een Belgische of intra-Europese vennootschap;
- de verrichting wordt verwezenlijkt overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen, en desgevallend, conform vennootschapsrechtelijke bepalingen van gelijke aard van een andere Lidstaat van de EU die van toepassing zijn op de inbrengende of verkrijgende intra-Europese vennootschap;
- de verrichting heeft niet als hoofddoel of als één van de hoofddoelen belastingfraude of – ontwijking (art. 183bis WIB 92).
In dit kader zijn ons inziens alle voorwaarde voldaan om te kunnen genieten van een belastingneutrale partiële splitsing. In het kader is de partiële splitsing / inbreng van bedrijfstak ingegeven door zakelijke overwegingen zoals organisatie van de toekomstige structuur, duidelijke opsplitsing van activiteiten in de juiste vennootschappen, lange termijn visie van BV C en BV B waarbij BV C steeds in eigen handen blijft, terwijl BV B mogelijks externe investeerders kan aantrekken met oog op instap of latere verkoop.
Bovenstaande is louter ter informatie en maakt geen deel uit van de aanvraag gezien dit federale materie betreft.
6. Op het gebied van registratierechten wordt, behoudens eventueel fiscaal misbruik zoals hierboven toegelicht, een partiële splitsing van onroerend goed zonder schulden gelijkgesteld met een inbreng verrichting onderworpen aan het federaal inbrengrecht van 0% (met als minimum EUR 50 vast recht).
Bijgevolg is de inbreng van een onroerend goed in een burgerlijke vennootschap onderworpen aan het inbrengrecht van 0% (artikel 115bis W.Reg.) zolang deze volledig vergolden wordt in aandelen (artikel 2.9.1.0.3 VCF).
Echter als er nog schulden rusten op het onroerend goed en deze worden mee overgebracht, zal de partiële splitsing van een onroerend goed met bijbehorende schulden gekwalificeerd worden als een gemengde inbreng. De inbreng wordt immers niet uitsluitend vergoed met aandelen, maar ook deels via de overname van de schuld die op het onroerend goed rust. In dergelijke gevallen is het verkooprecht (12% in het Vlaamse gewest) van toepassing ten belope van de schuld die werd ‘ingebracht’ (artikel 2.9.1.0.3., lid 1 VCF).
Dit is evenwel niet het geval indien er sprake is van een inbreng van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117 W.Reg. (artikel 2.9.1.0.3 VCF, derde lid VCF).
7. Uitzondering: inbreng van een algemeenheid van goederen of bedrijfstak
Hierop bestaat wel een uitzondering. Er is geen heffing van het verkooprecht wanneer het afgesplitste onroerend goed en de schulden kwalificeren als een ‘algemeenheid van goederen’ of een ‘bedrijfstak’.
“Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten.
Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.”.
Art. 2.9.1.0.3, derde lid, VCF bevat een uitzondering op de heffing van het verkooprecht op de afsplitsing/inbreng van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest gelegen. Het verkooprecht zal immers niet geheven worden als de (af)splitsing betrekking heeft op een universaliteit van goederen of een bedrijfstak.
De voorwaarden voor een inbreng van een bedrijfstak conform de hierboven vermelde artikelen werden nader uitgewerkt in artikel 1 van het Koninklijk Besluit dd. 18 juli 1972:
"De vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, lid 3, 2°, van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:
1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;
[. ..].”.
De vraag of er sprake is van een "geheel dat een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormt" is dus sterk feiten afhankelijk.
In dit verband verwijzen wij naar de VB 23032 d.d. waarin alsook verschillende rechtspraak wordt aangehaald:
- In haar arrest Commerz-Credit-Bank dd. 13 oktober 1992 bracht het Hof van Justitie niet alleen het begrip "bedrijfstak" en de doelstelling van de vrijstellingsregeling in herinnering, maar stelde ze ook dat het volstaat dat de bedrijfstak als zelfstandig economisch geheel kan worden uitgebaat in hoofde van de inbrenggenietende vennootschap: "[" .] Blijkens de preambule van die richtlijnen is het doel van deze afwijkingsregeling, te voorkomen dat de overdracht van vermogensbestanddelen tussen vennootschappen door fiscale belemmeringen wordt bemoeilijkt, en de reorganisatie van ondernemingen, met name de hergroepering van verschillende eenheden binnen een onderneming die gelijke of elkaar aanvullende werkzaamheden verrichten, te vergemakkelijken.
Wil dit doel in de praktijk bereikbaar zijn, dan moet het begrip tak van bedrijvigheid in artikel 7 van richtlijn 691335 aldus worden omschreven, dat het mede een deel van een onderneming omvat dat bestaat uit een georganiseerd geheel van vermogensbestanddelen en personen die tot de uitoefening van een bepaalde bedrijvigheid kunnen bijdragen."
"[...] Dienaangaande moet erop worden gewezen, dat de gunstige fiscale regeling voor de inbreng van een of meer takken van bedrijvigheid niet afhangt van het aantal activiteiten die de vennootschap waartoe de overgedragen eenheid behoorde, ten tijde van de overdracht uitoefende, maar van de vraag of die eenheid door haar bedrijvigheid kan bijdragen tot de ontwikkeling van de onderneming waaraan zij is overgedragen."
- Het standpunt in de Europese rechtspraak is ondertussen gevolgd door het Hof van Beroep (Brussel 21 juni 2002, zoals besproken door P. VAN MELKEBEKE, "Begrip 'bedrijfstak' op het vlak van de registratierechten", TFR 2003, afl. 233, 28.) en wordt bijgetreden door SPRUYT (E. SPRUYT, "Herstructurering van vennootschappen en registratierechten: artikel 117 W.Reg. "revisited”, AFT 2012, afl. 8-9, 55).
Het voorgaande betekent dat de bedrijfstak voorafgaandelijk aan de inbreng niet noodzakelijk als een zelfstandig economisch geheel moet worden uitgebaat, maar het volstaat dat ze hiertoe in staat is.
In de huidige aanvraag staat de vraag centraal of de afgesplitste bestanddelen in hoofde van de nieuw op te richten vennootschap als zelfstandig economisch geheel worden uitgebaat.
Zoals blijkt uit de hierboven geschetste feiten is het verhuur en beheer van het vastgoed één van de activiteiten die de te splitsen vennootschap op heden uitvoert, zijnde de activiteiten inzake de verhuring van de goederen, het beheer, het onderhoud, inclusief het personeelslid gelet op zijn/haar gegronde kennis terzake. De activiteit kan dan ook als een zelfstandige economische activiteit worden gezien, zowel voor de partiële splitsing als erna.
Het feit dat natuurlijk alle activiteiten van de groep zich in de vastgoedsector bevinden doet hier geen afbreuk aan ons inziens.
Het doel is dan ook van BV C om na de partiële splitsing deze activiteit volledig verder uit te bouwen met alle onroerende goederen in portefeuille. Deze activiteit staat volledig los van de projectontwikkeling activiteit die in BV B wordt uitgeoefend.
Het feitelijke bewijs wordt niet alleen geleverd door het feit dat beide activiteiten na de splitsing naast elkaar zullen bestaan als onafhankelijke activiteiten. Bovendien bestaan de activiteiten op vandaag ook al los van elkaar.
Een klant kan een afnemer zijn van ofwel de bedrijfstak inzake projectontwikkeling ofwel huurder van het vastgoed. Het is nooit het geval dat een klant van beide diensten gebruik maakt. Een kleine vergelijking met de markt levert ook op dat die activiteiten zelden of nooit door eenzelfde bedrijf worden uitgeoefend.
De omvang van het over te dragen patrimonium en de over te dragen kredieten wijzen ook op een activiteit met een behoorlijke omvang. Het gaat niet om een occasionele verrichting inzake exploitatie van vastgoed.
De ervaring en expertise die BV B heeft op gebied van projectontwikkeling maakt de bekendheid van vennootschap B en haar ondernemingsnummer immers van primordiaal belang. De voortzetting van de operationele activiteiten (projectontwikkeling) binnen de huidig bestaande vennootschap benadrukt de standvastigheid en betrouwbaarheid van de vennootschap.
Bovendien gaat men door de splitsing een beter zicht krijgen op de financiële resultaten van de verschillende activiteiten waardoor er voor elke activiteit betere investeringsbeslissingen kunnen genomen worden op basis van de rendabiliteit van de activiteiten.
De partiële splitsing laat ook toe bijkomend te investeren in vastgoedprojecten in vennootschap C.
Daarnaast is het van belang om mee te geven dat de splitsing het ook voor nieuwe investeerders interessant maakt om toe te treden tot vennootschap B of met oog op een toekomstige verkoop van de projectontwikkeling.
Uit de beschrijving van de voorgenomen verrichting(en) blijkt dat het gehele vastgoedactiviteit (gefocust op lange termijn verhuur) overgaan naar de nieuwe vennootschap C.
Het ingebrachte deel maakt op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uit die op eigen kracht kan werken. De inbrenggenietende vennootschap zal met de ingebrachte activa en passiva de vastgoedactiviteit kunnen voortzetten en uitbreiden.
Ons inziens is er sprake van een autonome vastgoedactiviteit die op eigen kracht kan functioneren, gezien de operationele activiteiten van BV B (projectontwikkeling) behouden blijven in de vennootschap en het vastgoed (gefocust op behoud en lange termijn verhuur) wordt afgesplitst naar BV C om daar verder te beheren en uit te bouwen in eigen portefeuille. Hierdoor gaan de huidige contracten en personeelslid dewelke beheer doet over naar BV C.
8. Conclusie en vraagstelling
Op basis van bovenvermelde informatie en argumenten zijn wij van mening dat de partiële splitsing kwalificeert als inbreng van een bedrijfstak conform art. 2.9.1.0.3, derde lid, VCF, waardoor geen heffing van het verkooprecht op de afsplitsing/inbreng van onroerende goederen in het Vlaamse Gewest gelegen zal geheven worden.
V. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
9. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
10. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.
11. Volgend artikel en enkel dit artikel uit de VCF wordt onderzocht:
- Artikel 2.9.1.0.3 VCF, dat luidt als volgt:
“Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten.
Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.
Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.”
12. De eventuele fiscale retroactiviteit is niet tegenstelbaar aan de Vlaamse Belastingdienst. De datum van de notariële akte van overdracht zal inzake Vlaamse registratiebelasting bepalend zijn voor de termijnen inzake opeisbaarheid, verjaring, ….
13. Er moet worden onderzocht of op de hoger beschreven verrichting(en) het derde lid van artikel 2.9.1.0.3 VCF van toepassing is en aldus de partiële splitsing van BV B de inbreng van een bedrijfstak uitmaakt zodat het Vlaamse verkooprecht niet zal worden geheven.
Art. 12:10 WVV luidt:. “Inbreng van bedrijfstak is de rechtshandeling waarbij een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak evenals de daaraan verbonden activa en passiva overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap.”.
Art. 12:11 WVV luidt: “Een bedrijfstak is een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.”.
Uit de beschrijving van de voorgenomen verrichting(en) blijkt dat bij BV B kan worden gesproken van twee afzonderlijke bedrijfstakken, enerzijds een verhuuractiviteit en anderzijds een projectontwikkelingsactiviteit met het oog op verkoop. Indien alle verhuurde onroerende goederen, met de daarbij horende verhuurcontracten, erop rustende vastgoedschulden en het ene personeelslid dat werkzaam is voor de verhuuractiviteit worden overgedragen, kan worden gesproken van een inbreng van een bedrijfstak en zal het verkooprecht niet worden geheven overeenkomstig artikel 2.9.1.0.3, derde lid, VCF.
14. Deze beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De Vlaamse Belastingdienst doet enkel uitspraak over de fiscale aspecten met betrekking tot de Vlaamse registratiebelasting. Zij spreekt zich niet uit over de vennootschapsrechtelijke en boekhoudkundige aspecten van de hoger beschreven verrichting
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de registratiebelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen.