VB 24115 - Kanscontract tussen zussen
- Nummer
24115
- Datum beslissing
24 februari 2025
- Publicatiedatum
1 april 2025
Heffing
- Erfbelasting
- Schenkbelasting
Wettelijke basis
- art. 2.7.1.0.2. VCF
- art. 2.7.1.0.3. VCF
- art. 2.7.1.0.5. VCF
- art. 2.8.4.1.1. VCF
- art. 2.8.7.0.2. VCF
- art. 3.17.0.0.2. VCF
I. Voorwerp van de aanvraag
1. De Aanvragers sloten op xx.xx.2015 een kanscontract dat op heden betrekking heeft op 2.988 aandelen in de naamloze vennootschap C en 11.160 aandelen van de naamloze vennootschap E.
2. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te krijgen dat:
2.1. De sluiting van het kanscontract van xx.xx.2015 (in bijlage 3 bij de aanvraag) noch de uitwerking ervan, inclusief met betrekking tot de goederen die in de plaats zijn gekomen of zullen komen op grond van conventionele zaakvervanging, onderworpen zal zijn aan erfbelasting ingevolge de artikelen 2.7.1.0.2, eerste volzin, VCF, 2.7.1.0.3, 3°, VCF en 2.7.1.0.5. VCF en geen van de doelstellingen van voormelde bepalingen wordt gefrustreerd zodat ook artikel 3.17.0.0.2 VCF niet toepasselijk is.
2.2. De sluiting van het kanscontract van xx.xx.2015 (in bijlage 3 bij de aanvraag) noch de uitwerking ervan, inclusief met betrekking tot de goederen die in de plaats zijn gekomen of zullen komen op grond van conventionele zaakvervanging, onderworpen is aan schenkbelasting ingevolge de artikelen 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, §2, VCF en 2.8.7.0.2 VCF en geen van de doelstellingen van voormelde bepalingen wordt gefrustreerd zodat ook artikel 3.17.0.0.2 VCF niet toepasselijk is.
2.3. De sluiting van het kanscontract van xx.xx.2015 (in bijlage 3 bij de aanvraag) noch de uitwerking ervan, inclusief met betrekking tot de goederen die in de plaats zijn gekomen of zullen komen op grond van conventionele zaakvervanging, fiscaal misbruik vormt in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF.
3. Overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, §1, lid 2, VCF wordt onder het begrip ‘voorafgaande beslissing’ verstaan ‘de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van deze codex wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad’.
4. Hoewel voormeld kanscontract, dat het voorwerp uitmaakt van deze aanvraag, op xx.xx.2015 werd afgesloten, heeft dit - bij gebrek aan registratie in België en aangezien beide Aanvragers nog in leven zijn - nog geen fiscale uitwerking gekregen op het moment van deze aanvraag. De fiscale gevolgen krijgen maar uitwerking op het ogenblik dat één van de Aanvragers zou overlijden. Het is bijgevolg mogelijk om hierover een voorafgaande beslissing te vragen (cf. VB nr. 19014 d.d. 27 mei 2019; art. 3.22.0.0.1, §1, lid 2 VCF).
II. Omschrijving van de verrichting(en)
II.A. Identiteit van de aanvrager en de partijen
5. De aanvraag wordt ingediend door meesters […], namens:
5.1. mevrouw X, geboren te […] op xx.xx.1977 en met rijksregisternummer […] (zie bijlage 1 bij de aanvraag) en wonende te […] (hierna: ‘X’) en;
5.2. mevrouw Y, geboren te […] op xx.xx.1980 en met rijksregisternummer […] (zie bijlage 2 bij de aanvraag) en wonende te […] (hierna: ‘Y) (hierna: ieder afzonderlijk de ‘Aanvrager’ of samen ook de ‘Aanvragers’).
6. De Aanvragers zijn zussen met gemeenschappelijke ouders.
7. De Aanvragers hebben geen kinderen. X is ongehuwd noch wettelijk samenwonend. Y is wettelijk samenwonend met haar partner.
8. De Aanvragers hebben beiden de Belgische nationaliteit en hebben hun (fiscale) woonplaats sedert meer dan 5 jaar in het Vlaams Gewest.
II. B. Beschrijving van de voorgenomen verrichting(en)
9. Op xx.xx.2015 sloten de Aanvragers een kanscontract (zie bijlage 3 bij de aanvraag) (hierna: het ‘Kanscontract’) met betrekking tot de volgende aandelen in familiale vennootschappen (hierna: tezamen de ‘(Aandelen) Familiale Groep’):
- 374 aandelen van de naamloze vennootschap C met zetel te […] en met ondernemingsnummer […] (hierna: ‘(de Aandelen) NV C’), waarbij iedere Aanvrager ieder exclusief de volle eigenaar was van 187 Aandelen NV C.
- 166 aandelen van de naamloze vennootschap D met zetel te […] en met ondernemingsnummer […] (hierna: ‘(de Aandelen) NV D’), waarbij iedere Aanvrager ieder exclusief de volle eigenaar was van 83 Aandelen NV D;
- 11.160 aandelen van de naamloze vennootschap E met zetel te […] en met ondernemingsnummer […] (hierna: ‘(de Aandelen) NV E’), waarbij iedere Aanvrager ieder exclusief de volle eigenaar was van 5.580 Aandelen NV E.
Ingevolge een fusie, kapitaalverhoging en naamswijziging vormen op heden de volgende vermogensbestanddelen het voorwerp van het Kanscontract, zoals vastgesteld in het addendum van xx.xx.2024 (in bijlage 4 bij de aanvraag):
- 2.988 aandelen van de naamloze vennootschap C (voorheen genaamd NV D) (hierna: ‘(de Aandelen) NV F’) via toepassing van conventionele zaakvervanging zoals vastgesteld bij het addendum van xx.xx.2024 (in bijlage 4 bij de aanvraag); en
- 11.160 Aandelen NV E, voornoemd.
Aldus heeft het Kanscontract van xx.xx.2015 op heden bij een overlijden van één van de Aanvragers concreet uitwerking als volgt: iedere Aanvrager heeft bepaald dat bij haar overlijden haar eigen 1.494 Aandelen NV F en 5.580 Aandelen NV E bij wijze van kanscontract onder bezwarende titel in volle eigendom toekomen aan de andere Aanvrager conform de voorwaarden en modaliteiten verder bepaald in het Kanscontract (zie bijlagen 3 en 4 bij de aanvraag).
III. Motivering van de aanvraag
10. Er wordt gevraagd naar de toepassing van volgende decretale bepalingen:
Artikel 2.7.1.0.2. eerste volzin Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna: ‘VCF’).
Artikel 2.7.1.0.3. VCF
Artikel 2.7.1.0.5. VCF
Artikel 2.8.1.0.1. VCF
Artikel 2.8.4.1.1. § 2 VCF
Artikel 2.8.7.0.2. VCF
Artikel 3.17.0.0.2. VCF.
11. De Aanvragers verkregen de Aandelen Familiale Groep via hun ouders, wijlen de heer A en zijn echtgenote mevrouw B. De heer A startte met ondernemen in 1988. Bij overlijden van de heer A in xx.2014, verkreeg zijn echtgenote mevrouw B, ingevolge het huwelijkscontract tussen hen beiden, als langstlevende de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep.
Op xx.xx.2015 schonk mevrouw B o.a. de Aandelen Familiale Groep in volle eigendom aan de Aanvragers middels schenkingsakte verleden voor notaris […] met standplaats te […], waarbij iedere Aanvrager o.a. ten titel van schenking de exclusieve volle eigendom verkreeg van 187 Aandelen NV C, 83 Aandelen NV D en 5.580 Aandelen NV E.
12. Deze historiek van de Familiale Groep toont het langdurig familiale karakter van deze groep aan, waarin beide Aanvragers sinds lange tijd een centrale rol vervullen, zie bijvoorbeeld het volgende artikel uit […].
13. Gelet op hun centrale rol binnen de Familiale groep en hun wens om de continuïteit van de Familiale Groep te verzekeren, is het logisch dat de Aanvragers quasi onmiddellijk na de schenking van xx.xx.2015 het Kanscontract afsloten met betrekking tot de Aandelen Familiale Groep die zij ieder in exclusieve volle eigendom aanhielden. Bij wijze van het Kanscontract zou de langstlevende aldus onder bezwarende titel de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep van de overleden Aanvrager verkrijgen zonder dat hiervoor bij uitwerking van het Kanscontract een tegenprestatie verschuldigd is. De langstlevende Aanvrager wordt aldus bij het overlijden van de andere Aanvrager alleen volle eigenaar van alle Aandelen Familiale Groep. Zij handelen in die zin dus "animo speculandi”. Door het aangaan van het Kanscontract bestendigden de Aanvragers dus ieder hun oogmerk om zichzelf te beschermen voor het geval zij de langstlevende zou zijn. Deze beoogde bescherming is ruim: niet enkel vanuit financieel oogpunt maar ook vanuit het duurzame familiale karakter en de continuïteit van de Familiale Groep.
14. Dit oogmerk komt ook tot uiting in de voorwaarden en modaliteiten van het Kanscontract (zie bijlage 3 bij de aanvraag).
Vooreerst voorziet het Kanscontract in een ruime toepassing van zaakvervanging (artikel 7, zie bijlage 3 bij de aanvraag) zodat het ook van toepassing is op en haar uitwerking behoudt met betrekking tot alle goederen die in de plaats komen van de Aandelen Familiale Groep. Met het oog op de efficiënte en beoogde uitwerking van het Kanscontract hebben de Aanvragers voorafgaand aan indiening van deze aanvraag op xx.xx.2024 dergelijke zaakvervanging ten gevolge van een eerdere herstructurering reeds vastgesteld (zie bijlage 4 bij de aanvraag).
Vervolgens bedongen de Aanvragers ook een strikt vervreemdingsverbod waardoor een Aanvrager zonder toestemming van de andere Aanvrager de Aandelen Familiale Groep niet kan vervreemden (zowel ten bezwarende als ten kosteloze titel).
Tot slot is het Kanscontract niet optioneel en vindt het van rechtswege uitwerking bij het eerste overlijden onder de Aanvragers.
Het Kanscontract zal echter maar uitwerking krijgen voor zover geen van de Aanvragers afstammelingen in rechte lijn zou hebben op het moment van het overlijden van één van de Aanvragers. De Aanvragers wensten immers destijds het (reservataire) erfrecht van hun afstammelingen niet voor hun verwekking/geboorte uit te hollen.
15. Fiscale kwalificatie van het Kanscontract
15.1. Algemeen: de civiele kwalificatie van het Kanscontract onder bijzondere en onder bezwarende titel werkt ook fiscaal door
Het Kanscontract kwalificeert civiel als een kanscontract.
Kanscontracten zijn wederkerige overeenkomsten waarvan de gevolgen, met betrekking tot winst en verlies, hetzij voor alle partijen, hetzij voor één van hen, van een onzekere gebeurtenis afhangen (art. 1964 oud Burgerlijk Wetboek).
De beoordeling hiervan gebeurt op basis van de feiten op het ogenblik van het afsluiten van het contract, zijnde op xx.xx.2015.
De Aanvragers zijn bij het Kanscontract overeengekomen dat bij het overlijden van de eerststervende onder hen de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep toekomt aan de langstlevende zonder terugwerkende kracht. Aldus is de onzekere gebeurtenis niet het overlijden op zich (een overlijden is immers een zekere gebeurtenis), maar wel de volgorde van het overlijden tussen de Aanvragers.
Om civiel geldig te zijn moet het Kanscontract onder bijzondere titel en onder bezwarende titel zijn.
Het Kanscontract is onder bijzondere titel aangezien het betrekking heeft op voormelde specifieke Aandelen Familiale Groep (inclusief de goederen die daarvoor in de plaats komen op grond van de contractueel bepaalde zaakvervanging).
Het Kanscontract is tevens onder bezwarende titel. Immers, iedere Aanvrager staat de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep (of de goederen die daarvoor in de plaats komen wegens contractueel bepaalde zaakvervanging) af aan de andere Aanvrager onder de opschortende voorwaarde van haar vooroverlijden. Iedere Aanvrager verkrijgt aldus als tegenprestatie voor deze afstand een evenwichtige kans om de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep van de andere Aanvrager te verkrijgen.
De kansen van de Aanvragers zijn in casu evenwichtig wegens gelijkaardige levensverwachting en gelijkwaardige inleg. Vooreerst hadden de Aanvragers een gelijkaardige levensverwachting bij het sluiten van het Kanscontract aangezien zij op dat moment 38 en 35 jaar waren en dus slechts 3 jaar van elkaar verschillen. Conform verschillende voorafgaande beslissingen van uw instantie kan er in casu met een beperkt leeftijdsverschil van 3 jaar besloten worden tot een gelijkaardige levensverwachting op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst (VB nr. 17025 de dato 4 september 2017; VB nr. 17046 de dato 19 februari 2018; VB 18013 de dato 19 maart 2018; VB nr. 17058 de dato 19 maart 2018; VB nr. 19033 de dato 16 september 2019). Bovendien schatte iedere Aanvrager bij sluiting van het Kanscontract de kans om de langstlevende te zijn gelijk in, zoals blijkt uit artikel 4 van het Kanscontract (bijlage 3 bij de aanvraag), hetgeen bovendien op heden wordt bevestigd door de recente medisch attesten in bijlage (zie bijlagen 5 en 6 bij de aanvraag).
Bovendien hebben de Aanvragers een gelijkwaardige inleg. De inleg van beide Aanvragers was volstrekt gelijk ten tijde van het afsluiten van het Kanscontract. Zoals blijkt uit het addendum van 23 december 2024 (zie bijlage 4 bij de aanvraag) is de inleg op heden ook nog volstrekt gelijk door middel van toepassing van de contractueel afgesproken zaakvervanging.
Vermits het Kanscontract onder bezwarende titel en bijzondere titel is, kan het Kanscontract, noch de uitwerking ervan beschouwd worden als een schenking of een verkrijging op grond van het erfrecht.
Onder de uiteengezette feiten (o.m. het beperkt leeftijdsverschil tussen de Aanvragers, de gelijkaardige levensverwachting van de Aanvragers en de gelijkwaardige inleg door de Aanvragers) en de voorwaarden en modaliteiten van het Kanscontract (o.m. het voorwerp, de bedongen zaakvervanging en het bedongen vervreemdingsverbod) blijkt de bedoeling van de Aanvragers om een evenwichtig kanscontract onder bijzondere en bezwarende titel te sluiten. Het Kanscontract is daarom ook vanuit fiscaal oogpunt te beschouwen als onder bijzondere en bezwarende titel, zodat het sluiten van het Kanscontract, alsook de uitwerking, inclusief zaakvervanging, ervan niet belast is met schenkbelasting, noch met erfbelasting, zoals de Vlaamse Belastingdienst in het verleden besliste in eerdere voorafgaande beslissingen (zie tevens VB nr. 16035 de dato 24 augustus 2016; VB nr. 16041 de dato 5 september 2016), het standpunt 15050 destijds van toepassing bij de verrichting en na de verrichting van toepassing geworden standpunt 17044.
15.2. Geen toepassing van artikel 2.7.1.0.2, eerste volzin VCF
Artikel 2.7.1.0.2, eerste volzin VCF belast verkrijgingen ingevolge wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling.
Bij de uitwerking van het Kanscontract zal de langstlevende Aanvrager van rechtswege bij het overlijden de volle eigendom van de Aandelen Familiale Groep, of hetgeen daarvoor in de plaats is gekomen op grond van de contractueel bepaalde zaakvervanging, verkrijgen van de eerstoverleden Aanvrager. Dergelijke verkrijging is zoals hoger toegelicht een verkrijging onder bezwarende titel, zodat er geen sprake kan zijn van een verkrijging ingevolge wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling.
De Aanvrager verzoekt u te bevestigen dat artikel 2.7.1.0.2 VCF op de verrichtingen niet zal worden toegepast.
15.3. Geen toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF
Overeenkomstig artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF worden de schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker belast met erfbelasting. Omwille van de kwalificatie als kanscontract ten bezwarende titel, zoals hoger toegelicht, kan op het voordeel dat de langstlevende Aanvrager zou verkrijgen voormeld artikel niet toegepast worden.
De Aanvrager verzoekt u te bevestigen dat artikel 2.7.1.0.3,3° VCF op de verrichtingen niet zal worden toegepast.
15.4. Geen toepassing van artikel 2.7.1.0.5 VCF
Voor de heffing van erfbelasting op grond van artikel 2.7.1.0.5 VCF, moeten drie voorwaarden cumulatief vervuld zijn, te weten:
- een kosteloze beschikking door de erflater;
- gedurende drie jaar voorafgaand aan het overlijden van de erflater;
- waardoor er een bevoordeling ontstaat die niet onderworpen werd aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden.
Omwille van de kwalificatie van het Kanscontract als een contract onder bezwarende titel zoals hoger toegelicht, is er in casu geen sprake van een kosteloze beschikking, zodat artikel 2.7.1.0.5 VCF niet van toepassing is.
De Aanvrager verzoekt u te bevestigen dat artikel 2.7.1.0.5 VCF op de verrichtingen niet zal worden toegepast.
15.5. Geen toepassing van de artikelen 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, § 2 VCF en 2.8.7.0.2 VCF
Op grond van artikel 2.8.1.0.1 VCF wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.
Zoals hoger toegelicht, is het Kanscontract een contract onder bezwarende titel, zodat er geen sprake van een schenking onder de levenden tussen de Aanvragers.
De Aanvragers verzoeken u te bevestigen dat de artikelen 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, § 2 VCF en 2.8.7.0.2 VCF op de verrichtingen niet zal worden toegepast.
15.6. Geen toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF
De verrichting frustreert de doelstellingen van artikel 2.7.1.0.2 VCF niet omdat de verkrijging op grond van het Kanscontract niet kwalificeert als een verkrijging op grond van de wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling.
De verrichting frustreert de doelstellingen van artikel 2.7.1.0.3, 3° VCF niet, omdat de Aanvragers geen schenking van roerende goederen ten voordele van elkaar en met uitwerking bij overlijden van één van hen beogen. De verrichting betreft een kanscontract ten bezwarende titel, zoals in deze aanvraag uitvoerig toegelicht. Daarom frustreert deze verrichting noch art. 2.7.1.0.5 VCF, dat enkel kosteloze beschikkingen beoogt, noch de artikelen 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, §2 VCF en 2.8.7.0.2. VCF, dewelke schenkingen onder de levenden viseren.
Onderhavig Kanscontract is verder ingegeven vanuit sterke niet-fiscale motieven zoals hoger uiteengezet.
De verrichting frustreert aldus noch een specifieke antimisbruikbepaling, noch de algemene antimisbruikbepaling. Artikel 3.17.0.0.2 VCF kan daarom niet op het Kanscontract toegepast worden. De Aanvragers verzoeken om dit te bevestigen, op grond van de in deze aanvraag uitvoerig uiteengezette motieven.
IV. Beslissing
Gelet op artikel 3.22.0.0.1 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot de volgende voorafgaande beslissing:
16. Onder voorafgaande beslissing wordt verstaan de juridische handeling waarbij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie overeenkomstig de bepalingen die van kracht zijn, vaststelt hoe de bepaling van de VCF wordt toegepast op een bijzondere situatie of verrichting, die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad. Aangezien de Aanvragers beiden nog in leven zijn heeft het Kanscontract nog geen uitwerking gehad.
17. De Vlaamse Belastingdienst doet geen uitspraak over de rechtsgeldigheid van overeenkomsten op burgerlijk vlak.
18. Volgende artikelen uit de VCF worden onderzocht:
- Artikel 2.7.1.0.2, eerste lid, VCF dat luidt als volgt:
“De erfbelasting is verschuldigd ongeacht of de verkrijging gebeurt ingevolge wettelijke devolutie, uiterste wilsbeschikking of contractuele erfstelling.”;
- Artikel 2.7.1.0.3, eerste lid, 3°, VCF dat luidt als volgt:
“Worden met het oog op de heffing van het successierecht als legaten beschouwd :
1° alle schulden die uitsluitend bij uiterste wil erkend zijn;
2° alle schuldbekentenissen van sommen die voorkomen als een contract onder bezwarende titel, maar die een bevoordeling inhouden en die niet aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen zijn onderworpen;
3° alle schenkingen van roerende goederen die de erflater heeft gedaan onder de opschortende voorwaarde of termijn die vervuld wordt ingevolge het overlijden van de schenker.
Het eerste lid, 3°, is niet van toepassing bij de realisatie van een beding van terugval die de erflater heeft bedongen in het voordeel van een derde voor een vruchtgebruik dat de erflater zich heeft voorbehouden”;
- Artikel 2.7.1.0.5 VCF dat luidt als volgt:
“§ 1. De goederen waarvan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie het bewijs levert dat de erflater er kosteloos over beschikte gedurende de drie jaar vóór zijn overlijden, worden geacht deel uit te maken van zijn nalatenschap, tenzij de bevoordeling onderworpen is aan de schenkbelasting of het registratierecht op de schenkingen onder de levenden. De erfgenamen of legatarissen hebben een verhaalsrecht ten aanzien van de begiftigde voor de successierechten die op die goederen voldaan zijn.
Als door de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie of door de erfgenamen en legatarissen bewezen wordt dat de bevoordeling toekwam aan een bepaalde persoon, wordt die als legataris van de geschonken zaak beschouwd.
Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een bevoordeling waarvoor een vrijstelling van de schenkbelasting is toegepast, gelijkgesteld met een bevoordeling die aan de schenkbelasting of aan het registratierecht op de schenkingen onder de levenden is onderworpen.
§ 2. De termijn van drie jaar, vermeld in paragraaf 1, wordt evenwel op zeven jaar gebracht als het gaat om aandelen en activa als vermeld in artikel 2.8.6.0.3.
De termijn van zeven jaar, vermeld in het eerste lid, wordt teruggebracht tot drie jaar als de kosteloze beschikking dagtekent van voor 1 januari 2012.”;
- Artikel 2.8.1.0.1 VCF dat luidt als volgt:
“Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt de schenkbelasting gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die tot bewijs strekken van een schenking onder de levenden.”;
- Artikel 2.8.4.1.1, §2, VCF dat luidt als volgt:
“Het tarief van de schenkbelasting voor de schenkingen van roerende goederen bedraagt :
1° 3% voor een verkrijging in de rechte lijn en tussen partners;
2° 7% voor een verkrijging door alle andere personen.
Dat tarief is niet van toepassing op de schenkingen onder de levenden van roerende goederen die met legaten worden gelijkgesteld met toepassing van artikel 2.7.1.0.3, 3°.”;
- Artikel 2.8.7.0.2 VCF:
Ҥ 1. De belastingplicht, de belastbare grondslag, het tarief, de vrijstellingen en de verminderingen worden bepaald door het ogenblik waarop de rechtshandeling is gesteld.
In afwijking van het eerste lid worden, als er geen verplichting tot registratie geldt, de belastingplicht, de belastbare grondslag en het tarief bepaald door het ogenblik waarop de akte of het geschrift ter registratie wordt aangeboden.
§ 2. Op een rechtshandeling die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt de schenkbelasting alleen geheven als de voorwaarde vervuld is. In voorkomend geval wordt gehandeld als volgt :
1° het toepasbare tarief waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is het tarief dat van kracht is op de datum waarop de schenkbelasting opvorderbaar geweest zou zijn als de handeling onvoorwaardelijk was;
2° de belastbare grondslag waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is de belastbare grondslag op de datum van de vervulling van de voorwaarde.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de door een rechtspersoon verrichte rechtshandeling die aan machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van een overheid onderworpen is, gelijkgesteld met een aan een opschortende voorwaarde onderworpen rechtshandeling.”;
- Artikel 3.17.0.0.2 VCF
“Aan de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat een zelfde verrichting tot stand brengt, wanneer die entiteit door vermoedens of door andere bewijsmiddelen, vermeld in artikel 3.17.0.0.1, en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt :
1° hetzij een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst;
2° hetzij een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel, voorzien door een bepaling van deze codex of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
Het komt aan de belastingplichtige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van de belasting. Als de belastingplichtige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van deze codex onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”.
19. Er wordt vanuit fiscaal oogpunt aanvaard dat de betrokken goederen niet zijn onderworpen aan de schenkbelasting (maar bij onroerende goederen wel aan het verkooprecht) mits het contract beperkt is, via beschikking onder bijzondere titel, en ten bezwarende titel is.
20. Het contract is onder bijzondere titel, wanneer de overeenkomst niet de algemeenheid van de goederen betreft die de partij bij zijn overlijden zal nalaten, en evenmin een evenredig deel van de goederen die de partij zal nalaten, noch al zijn onroerende goederen, al zijn roerende goederen, of een evenredig deel van al zijn onroerende goederen of van al zijn roerende goederen bij zijn overlijden.
21. Het contract is in casu onder bijzondere titel aangezien het contract betrekking heeft op de aandelen die specifiek in de overeenkomst werden omschreven.
22. De Vlaamse Belastingdienst aanvaardt dat de zakelijke subrogatie speelt als die conventioneel is voorzien of die plaatsheeft uit kracht van de wet, overeenkomstig artikel 3.10 BW.
23. Het contract wordt aanzien als een kanscontract ten bezwarende titel wanneer de kansen evenwichtig zijn. Er wordt niet vereist dat de kansen gelijk zijn. Er dient wel sprake te zijn van een gelijkaardige levensverwachting van de betrokken partijen en er dient een gelijkwaardige inleg te zijn.
24. Een gelijkaardige levensverwachting kan niet enkel worden beoordeeld op basis van sterftetabellen maar kan ook worden beïnvloed door specifieke factoren zoals de gezondheidstoestand van de partijen, bepaalde activiteiten die ze uitvoeren, een overlijden dat kort volgt op het sluiten van het contract, etc...
25. De gelijkaardigheid van de levensverwachting dient aanwezig te zijn bij het afsluiten van het contract. Het is evenwel mogelijk dat pas bij de realisatie van het contract blijkt dat bij het afsluiten van het contract niet aan deze voorwaarde was voldaan.
26. Uit de gegevens vermeld in de aanvraag blijkt dat er in casu sprake is van een gelijkaardige levensverwachting. De aanvragers hadden bij het sluiten van het contract respectievelijk een leeftijd van 38 en 35 jaar. Zij verklaren nog steeds beiden in dezelfde goede gezondheidstoestand te verkeren, wat wordt gestaafd met medische attesten.
27. De gelijkwaardigheid van inleg wordt beoordeeld bij het afsluiten van het contract, niet bij het realiseren van de opschortende voorwaarde (een goed kan in waarde stijgen of dalen).
28. Uit de gegevens vermeld in het kanscontract gevoegd bij de aanvraag blijkt dat de inleg van de aanvragers gelijkwaardig is. De aandelen behoren de aanvragers voor een gelijk deel toe.
29. Op basis van de elementen en feiten vermeld in de aanvraag tot voorafgaande beslissing en haar bijlagen kan worden besloten dat het in casu om een kanscontract gaat en er bijgevolg noch erfbelasting, noch schenkbelasting geheven zal worden in toepassing van de artikelen 2.7.1.0.2, 2.7.1.0.3 VCF, 2.7.1.0.5 VCF, 2.8.1.0.1 VCF, 2.8.4.1.1, §2, en 2.8.7.0.2 VCF.
30. Indien de rechtshandelingen worden gesteld vanaf 1 juni 2012 kunnen ze afgetoetst worden aan de anti-misbruikbepalingen. Het contract maakt in casu geen fiscaal misbruik in de zin van art. 3.17.0.0.2 VCF. Bovendien liggen er ook niet-fiscale motieven aan het contract ten grondslag.
Deze beslissing heeft alleen betrekking op de schenk – en de erfbelasting en doet geen uitspraak over andere belastingen. Deze beslissing spreekt zich bovendien niet uit over de mogelijke toepassing van niet door de aanvrager opgeworpen artikelen van de VCF.