Gedaan met laden. U bevindt zich op: Te voet of met de fiets? Als lokaal bestuur zit je mee aan de trappers! Gemeente-Stadsmonitor

Te voet of met de fiets? Als lokaal bestuur zit je mee aan de trappers!

De burgerbevraging Gemeente-Stadsmonitor (opent in nieuw venster)die het Agentschap Binnenlands Bestuur sinds 2017 driejaarlijks uitvoert in alle Vlaamse steden en gemeenten, bevat enkele vragen over het mobiliteitsgedrag en de perceptie van inwoners over het netwerk van zachte mobiliteit. Lokale besturen investeren voluit daarin en willen duurzame verplaatsingen stimuleren, zeker voor korte afstanden. Dat komt niet alleen het milieu ten goede, maar ook de gezondheid van inwoners. Wat leren we uit de antwoorden van inwoners uit de burgerbevraging 2023?

Een meisje fiets naar school. Ze draagt een fluovestje en fietshelm.
© Lieven Van Assche

Meer dan 8 op 10 inwoners bezitten een fiets. Dat is het geval zowel in de 13 centrumsteden als in de 21 provinciale steden en in de rest van Vlaanderen. Met andere woorden, heel wat inwoners kunnen ervoor kiezen om zich te verplaatsen met de fiets. Maar doen ze dat ook voor korte afstanden?

Een eerste opstap is de aanwezigheid van een netwerk van fietspaden en fietsstraten. In de 13 centrumsteden vinden ruim 5 op 10 inwoners dat er voldoende fietspaden en fietsstraten zijn in de buurt. In de 21 provinciale steden ligt dat gemiddeld aanzienlijk lager: daar is minder dan de helft van de inwoners van oordeel dat er in de buurt voldoende fietspaden en fietsstraten zijn. In de rest van Vlaanderen gaat het om iets meer dan de helft van de inwoners.

Wil dat aanbod aan fietspaden en fietsstraten fietsverkeer stimuleren, dan is het wenselijk dat dat netwerk in goede staat en veilig is. De tevredenheid daarover is groter in de centrumsteden dan in de provinciale steden en in de rest van Vlaanderen. In de 13 centrumsteden vinden bijna 5 op 10 inwoners dat fietspaden en fietsstraten in de buurt in goede staat zijn. In de 21 provinciale steden gaat het om minder dan 4 op 10 inwoners, in de rest van Vlaanderen iets meer dan 4 op 10 inwoners. Ook de perceptie dat het veilig fietsen is in de buurt ligt gemiddeld hoger in de centrumsteden dan in de provinciale steden en in de rest van Vlaanderen. In de 13 centrumsteden geven 5 op 10 inwoners aan veilig te kunnen fietsen in de buurt, in de 21 provinciale steden ruim 4 op 10 inwoners, in de rest van Vlaanderen bijna 5 op 10 inwoners.

Naast kwaliteitsvolle en veilige fietspaden en fietsstraten is vlot je fiets kunnen stallen, bijvoorbeeld als je boodschappen doet, een ander pluspunt. In de 13 centrumsteden vinden meer dan 3 op 10 inwoners dat er voldoende fietsenstallingen zijn in de buurt. In de 21 provinciale steden en in de rest van Vlaanderen ligt dat percentage lager en vinden hooguit 3 op 10 inwoners dat er voldoende fietsenstallingen zijn in de buurt.

Bovenstaande vaststellingen illustreren dat de tevredenheid van inwoners over het fietsnetwerk nog kan groeien. Die trend treffen we ook aan in het gebruik van de fiets voor korte afstanden. In de 13 centrumsteden geven iets meer dan 5 op 10 inwoners aan minstens wekelijks de fiets te nemen voor korte afstanden. In de provinciale steden en in de rest van Vlaanderen doen ongeveer 4 op 10 inwoners dat minstens wekelijks. Ook hier is er dus groeimarge.

Naast meer verplaatsingen per fiets mikken lokale besturen ook op meer verplaatsingen te voet. Inwoners leggen korte afstanden nu al meer te voet af dan per fiets. Meer dan 7 op 10 inwoners van de 13 centrumsteden geven aan minstens wekelijks te voet korte afstanden af te leggen. In de 21 provinciale steden zeggen meer dan 6 op 10 inwoners dat wekelijks te doen, in de rest van Vlaanderen bijna 6 op 10 inwoners.

Lokale besturen kunnen dat gedrag nog verder stimuleren door te investeren in de staat van voetpaden. In de 13 centrumsteden vindt iets meer dan de helft van de inwoners dat de voetpaden in de buurt in goede staat zijn. In de 21 provinciale steden gaat het om iets meer dan 4 op 10 inwoners. In de rest van Vlaanderen ligt dat percentage er tussenin. De tevredenheid van inwoners over de staat van voetpaden kan ook hier nog groeien.

Wat leren we uit de antwoorden van inwoners uit de burgerbevraging 2023?

Conclusie

Ondanks de vele investeringen kan de tevredenheid van inwoners over voet- en fietspaden nog groeien. Als lokaal bestuur zit je mee aan het stuur om de perceptie van inwoners en hun keuze voor zachte mobiliteit, zeker voor korte afstanden, in goede richting te leiden.

Toemaat

Voor kinderen, de meest zwakke weggebruikers, zijn goed uitgeruste voet- en fietspaden die een veilige mobiliteit toelaten, des te belangrijker. Ze bepalen mee de mate waarin kinderen zich zelfstandig kunnen verplaatsen in hun buurt. Uit de burgerbevraging blijkt dat ongeveer 4 op 10 inwoners van de 13 centrumsteden en van de 21 provinciale steden het in de buurt veilig vinden om kinderen alleen naar school te laten gaan. In de rest van Vlaanderen ligt dat percentage iets hoger.

Tip

Dit artikel baseert zich op de data van de burgerbevraging 2023. Wil je de scores raadplegen van vorige burgerbevragingen en zicht krijgen op evoluties, dan kan je terecht bij de ‘Stadsscan 13 centrumsteden’ via de website van de Gemeente-Stadsmonitor.(opent in nieuw venster)