Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg
Aandeel dat medische zorg en/of tandzorg moet uit- of afstellen hoogst bij werklozen
Het aandeel dat medische zorg of tandzorg heeft moeten uit- of afstellen om financiële redenen lag in 2024 het hoogst bij werklozen (15%). Ook huurders kenden een relatief hoog aandeel (5%).
Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen om financiële redenen in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en dan EU27-gemiddelde
In onderstaande Europese vergelijking worden de twee vormen van zorg, tandzorg en medische zorg, telkens apart bekeken.
Cijfers voor 2024 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. Voor België en de gewesten is dat wel het geval. In België als geheel stelde 2% van de bevolking ouder dan 16 jaar medische zorg uit, en 4% stelde tandzorg uit.
De aandelen liggen ook in 2024 lager in het Vlaamse Gewest dan in de andere Belgische gewesten. Minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest stelde medische zorg uit in 2024. In het Waalse en Brusselse Gewest ging het telkens om 2%. Voor tandzorg lag het aandeel uitstel of afstel op 2% in het Vlaamse Gewest, op 5% in het Waalse Gewest en op 4% in het Brusselse Gewest.
In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel dat medische zorg of tandzorg om financiële redenen uitstelt of afstelt ook in 2023 lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het bij medische zorg in 2023 om minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder, in het Waalse en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 2%. Voor tandzorg lag dat aandeel in het Vlaamse Gewest op 1%, in het Waalse Gewest op 5% en in het Brusselse Gewest op 2%.
Het aandeel dat zorg moet uit- of afstellen om financiële redenen lag in België in 2023 net iets onder het EU27-gemiddelde, zowel voor medische zorg als voor tandzorg.
Bronnen
- Statbel:
- Eurostat: