Gedaan met laden. U bevindt zich op: Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg Inkomen en armoede

Uitstel of afstel van medische zorg of tandzorg

Gepubliceerd op 21 maart 2025 • Volgende update: maart 2026
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden
Inhoud is aan het laden

In 2024 gaf 1,8% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest aan dat zij in het voorgaande jaar een noodzakelijk medisch of tandheelkundig onderzoek of behandeling moesten uit- of afstellen om financiële redenen. Het gaat om het gecombineerde aandeel personen dat minstens één keer hetzij medische zorg uitstelde, hetzij tandzorg en dit omdat zij het zich financieel niet konden veroorloven. Dat komt overeen met ongeveer 100.000 personen.

De EU-SILC-enquête werd in 2019 ingrijpend vernieuwd. Daardoor is voorzichtigheid geboden bij het maken van vergelijkingen met de resultaten voor 2019. In de jaren 2020 tot 2024 schommelde het aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uitstellen tussen 1% en 2%.

Aandeel dat medische zorg en/of tandzorg moet uit- of afstellen hoogst bij werklozen

Het aandeel dat medische zorg of tandzorg heeft moeten uit- of afstellen om financiële redenen lag in 2024 het hoogst bij werklozen (15%). Ook huurders kenden een relatief hoog aandeel (5%).

Aandeel dat medische zorg of tandzorg moet uit- of afstellen om financiële redenen in Vlaams Gewest lager dan in andere gewesten en dan EU27-gemiddelde

In onderstaande Europese vergelijking worden de twee vormen van zorg, tandzorg en medische zorg, telkens apart bekeken.

Cijfers voor 2024 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. Voor België en de gewesten is dat wel het geval. In België als geheel stelde 2% van de bevolking ouder dan 16 jaar medische zorg uit, en 4% stelde tandzorg uit.

De aandelen liggen ook in 2024 lager in het Vlaamse Gewest dan in de andere Belgische gewesten. Minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder in het Vlaamse Gewest stelde medische zorg uit in 2024. In het Waalse en Brusselse Gewest ging het telkens om 2%. Voor tandzorg lag het aandeel uitstel of afstel op 2% in het Vlaamse Gewest, op 5% in het Waalse Gewest en op 4% in het Brusselse Gewest.

In het Vlaamse Gewest ligt het aandeel dat medische zorg of tandzorg om financiële redenen uitstelt of afstelt ook in 2023 lager dan in de andere Belgische gewesten. In het Vlaamse Gewest ging het bij medische zorg in 2023 om minder dan 1% van de bevolking van 16 jaar en ouder, in het Waalse en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 2%. Voor tandzorg lag dat aandeel in het Vlaamse Gewest op 1%, in het Waalse Gewest op 5% en in het Brusselse Gewest op 2%.

Het aandeel dat zorg moet uit- of afstellen om financiële redenen lag in België in 2023 net iets onder het EU27-gemiddelde, zowel voor medische zorg als voor tandzorg.