Bevolking in ernstige materiële en sociale deprivatie
3% leeft in ernstige materiële en sociale deprivatie
In 2024 leefde 3,4% van de inwoners in het Vlaamse Gewest in . Dat komt overeen met ongeveer 230.000 personen. Het gaat om personen die een aantal materiële basisitems moeten missen en/of zich geen sociale activiteiten kunnen veroorloven omwille van financiële redenen.
De materiële en sociale deprivatie-indicator werd uitgewerkt in het kader van de opvolging van de Europa 2030-strategie en verschilt van de materiële deprivatie-indicator die eerder werd gebruikt bij de opvolging van de Europa 2020-strategie. In de EU2030-indicator werd de bestaande indicator uitgebreid met een aantal sociale activiteiten om naast materiële tekorten ook sociale tekorten en uitsluiting om financiële redenen in beeld te kunnen brengen. Voor recente jaren kon zowel de nieuwe EU2030-indicator als de vroeger gebruikte EU2020-indicator worden berekend. Daaruit blijkt dat de percentages bij de EU2030-indicator gemiddeld 2 procentpunten hoger liggen dan bij de EU2020-indicator.
Materiële en sociale deprivatie hoogst bij werklozen
Uit de cijfers van 2024 blijkt geen verschil in ernstige materiële en sociale deprivatie naar geslacht. In de jongste leeftijdsgroep ligt het aandeel iets hoger (5%) dan in andere leeftijdsgroepen.
Opgedeeld naar huishoudtype ligt de ernstige materiële en sociale deprivatie het hoogst bij eenoudergezinnen (8%). Maar ook bij koppels met 3 kinderen is er een relatief hoog aandeel dat leeft in ernstige materiële en sociale deprivatie (7%).
Naar arbeidsstatus is het hoogste aandeel met ernstige materiële en sociale deprivatie te vinden bij werklozen (15%). Ook bij niet-actieven (zonder gepensioneerden) ligt het aandeel relatief hoog (8%).
Het aandeel lag in 2024 ook duidelijk hoger bij huurders (12%) dan bij eigenaars (1%).
Naar opleidingsniveau ligt de ernstige materiële en sociale deprivatie het hoogst bij laaggeschoolden (8%) en het laagst bij hooggeschoolden (2%).
Ook naar geboorteland zijn de verschillen groot. Personen geboren in België kennen het laagste aandeel (3%), personen geboren buiten de EU het hoogste aandeel (10%).
15% leeft in huishouden dat geen week vakantie kan betalen
Wanneer gekeken wordt naar de afzonderlijke items van de deprivatiemaat, dan halen ‘geen week vakantie buitenshuis per jaar kunnen betalen’ en ‘geen onverwachte uitgave aankunnen’ de hoogste scores. 990.000 inwoners (14,7%) konden zich in 2024 geen week vakantie buitenshuis veroorloven. En 890.000 inwoners (13,2% van de bevolking) leefden in een huishouden dat moeite heeft met een onverwachte uitgave van ongeveer 1.400 euro.
Ernstige materiële en sociale deprivatie hoogst in provincie Oost-Vlaanderen
Het aandeel personen in ernstige materiële en sociale deprivatie lag in 2024 het hoogst in de provincie Oost-Vlaanderen (5%).
Ernstige materiële en sociale deprivatie in Vlaams Gewest beperkt in Belgisch en Europees perspectief
Er waren in 2023 in het Vlaamse Gewest relatief gezien minder personen in ernstige materiële en sociale deprivatie dan in de andere Belgische gewesten. In het Waalse Gewest ging het in 2023 om 9% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 14%. In België in zijn geheel lag het aandeel op 6%.
Het aandeel personen in ernstige materiële en sociale deprivatie lag in 2023 in de 27 landen van de Europese Unie (EU27) op 7% van de bevolking. Slovenië kende de laagste deprivatie (2%). In Roemenië (20%) en Bulgarije (18%) lag het aandeel het hoogst.
Cijfers voor 2024 zijn nog niet voor alle EU-landen beschikbaar. Dat is wel het geval voor België en de gewesten. In het Vlaams Gewest ging het in 2024 om 3% van de bevolking, in het Waalse Gewest om 9% en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 14%. In België in zijn geheel lag het aandeel op 6%.
Bronnen
Nieuwsbrief
Schrijf u hier in op de nieuwsbrief van Statistiek Vlaanderen