Ziekte-uitbraken voorkomen: aanbevelingen voor kattenasielen
Hoe kan je ziekte-uitbraken voorkomen? Met de juiste voorzorgsmaatregelen zorg je voor een veilige omgeving voor katten, vrijwilligers en medewerkers. Enkele praktische aanbevelingen voor de preventie van virale infectieuze ziekten in kattenasielen vind je hieronder.
Safety first: quarantaine- en isolatiemaatregelen
In asielen komen katten van verschillende herkomst samen, die mogelijk drager zijn van verschillende ziekteverwekkers. Deel het asiel daarom op in compartimenten en hou een strikte hygiëne aan. Zo kan je uitbraken vermijden of zoveel mogelijk binnen de perken houden. Want hoe meer katten er gelijktijdig ziek zijn, hoe hoger de infectiedruk en hoe groter de kans dat katten ernstig ziek worden en de infectie zich verder verspreidt.
Hygiëne als prioriteit
- Zorg ervoor dat bij elk afzonderlijk compartiment de mogelijkheid bestaat om handen te reinigen en te desinfecteren, en om propere overalls aan te trekken.
- Voorzie overschoenen of voetbaden bij de ingang van elk compartiment.
- Voorzie apart schoonmaak-, desinfectie- en materiaal om te voederen per compartiment en gebruik dit niet in andere compartimenten.
- Alle verblijven moeten gemaakt zijn van materialen die makkelijk schoon te maken en te desinfecteren zijn.
- Maak gebruik van desinfectiemiddelen die ook werken tegen erg resistente ziekteverwekkers, zoals het parvo virus, calicivirus of Giardia.
- Volg een strikte verzorgingsvolgorde:
- Eerst gezonde katten verzorgen.
- Daarna de katten in quarantaine.
- Als laatste de katten in isolatie.
- Idealiter worden zieke dieren verzorgd door een aparte groep verzorgers.
- Houd de groepsgrootte zo klein mogelijk, want:
- Kleinere groepen verkleinen de kans op ziekteverspreiding.
- Grote groepen zorgen voor meer stress, wat de weerstand van katten verlaagt en kan leiden tot de reactivatie van latente infecties, zoals het herpesvirus dat niesziekte veroorzaakt.
Testen: vroegtijdige detectie om uitbraken te voorkomen
Het is aangeraden om de volgende testen bij iedere kat bij binnenkomst uit te voeren:
- FIV antilichaamtest
- Bij een positieve test: plaats de kat, na quarantaine, in een afzonderlijke FIV+ kolonie.
Bij een negatieve test: idealiter de kat na 6 weken opnieuw testen om een recente infectie uit te sluiten.
- FeLV antigentest
- Bij een positieve test: plaats de kat, na quarantaine, in een afzonderlijke FeLV+ kolonie.
Bij een negatieve test: herhaal de test na 6 weken om een recente infectie uit te sluiten.
Aanvullende testen worden uitgevoerd als dat nodig blijkt uit het klinisch onderzoek door de contractdierenarts.
Testen kunnen ook worden gedaan bij katten met een verhoogd risico op bepaalde aandoeningen, bijvoorbeeld vanwege hun herkomst.
Vaccinatie - Voorkom grootschalige besmettingen
Felien parvovirus (FPV), felien calicivirus (FCV), felien herpesvirus (FHV)
Omdat asielen een hoog risico lopen op het binnenbrengen en verspreiden van besmettelijke ziektes, is extra voorzichtigheid nodig. Veel kittens die in het asiel aankomen, hebben een onbekende leeftijd en weerstand tegen infecties. Daarom is het aangeraden om katten vaker te vaccineren dan volgens het standaardvaccinatieschema, zodat ook de meest kwetsbare kittens voldoende beschermd zijn.
Felien Leukose virus (FeLV)